Onze geschiedenis.

Dit voorwoord is geschreven in 2005, naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van Garage Mertens, door toenmalig burgemeester van Grimbergen, dhr. Eddy Willems.

Voorwoord door Dhr. Burgemeester.

Beste lezer,

Met zeer veel genoegen mag ik deze inleiding schrijven. Het doet mij veel deugd dat een familiebedrijf zoals garage Mertens in Grimbergen zijn 75-jarig bestaan kan vieren.

Wat in 1930 begon als een relatief kleine onderneming groeide in de jaren uit tot een uitgebreide moderne garage. Ondertussen staat reeds de vierde generatie van de familie Mertens aan het hoofd van de zaak.

Voor de gemeente Grimbergen is het van kapitaal belang dat Grimbergse ondernemingen in hun eigen gemeente kunnen openbloeien. Het heeft niet alleen een grote waarde voor het economisch aspect, maar er is ook de sociale dimensie. De inwoners van een gemeente of dorp gaan immers graag naar de handelaars die zij reeds van kindsbeen af kennen. Op die manier ontstaat er een vertrouwensband die heel belangrijk is.

De gemeente Grimbergen wil de handelaars in Grimbergen ook steunen. Kijk bijvoorbeeld maar naar de oprichting van de middenstandsraad en de uitwerking van de handelsgids die vanaf eind 2005 zelfs online is en waarop alle handelaars hun zaak kunnen bekendmaken. Als je dan een kijkje neemt op deze webpagina’s, zal je vast en zeker ook garage Mertens terugvinden.

Graag wil ik dit voorwoordje eindigen met de familie Mertens en hun onderneming nog veel succes toe te wensen. Uiteraard hoop ik, samen met de familie Mertens, dat zij in 2030 het honderjarig bestaan van hun zaak kunnen vieren.


Eddy Willems,

Burgemeester






Het ontstaan en verdere verloop van Garage Mertens, verteld door Rik Mertens.


Inleiding.

Mijn grootvader, Alfons Mertens, geboren in 1881 werkte na de oorlogsjaren van 14-18 in een garage te Brussel aan de lamp bij de firma Bouvier als hersteller van automobielen.
Aangezien dit in die tijd een beroep met toekomst bleek te zijn werd ook zijn oudste zoon Jan, geboren in 1910, opgeleid bij zijn vader, die het ondertussen tot meestergast had gebracht in vermelde garage.
Thuis te Grimbergen werd er op de Beigemsesteenweg een goedbeklante herberg gehouden door onze grootmoeder. In die tijd waren er aan het station nog vijf cafés : bij Julia Lescrauwaet (hoek Beigemsesteenweg en Statiestraat), bij Benoe Hoefs (hoek Statiestraat en Wolvertemsestenweg), bij de Chef (hoek Wolvertemsesteeneg en Brusselsesteenweg ), bij Victor Van Harck (hoek Wolvertemsesteenweg en Beigemsesteenweg) en ook bij ons.
Zeker tijdens de zomermaanden kwamen er veel Brusselaars met hun chique voiture eens naar den buiten en kwamen dan al eens een pintje drinken aan het statione bij hun mecanicien Fons. Van het een kwam het ander en de familie Mertens zag er brood in om naast de herberg een garage bij aan te bouwen. Zeker bij problemen met die wagens van toen vonden ze vlug de weg naar de meestergast van garage Bouvier.
Eigenhandig en met zelf terplaatse gebakken stenen werd er een werkplaats aangebouwd.
Daar deze bezigheid op de duur rendabel bleek, werd er van 1930 af, een zelfstandige zaak opgestart voor automobielen en aanverwanten. Het waren niet alleen de herstellingen die vader Fons en zoon Jan bezighielden, ook dienden zij soms als chauffeur mee te rijden met notabelen die wel een Minerva of Brasier bezaten, maar er zelf niet konden mee rijden.
Nadat ook de jongste zoon, Frans, geboren in 1914, het tweetal kwam vervoegen, werden de taken verdeeld en werd er niet alleen in de garage gewerkt maar kreeg ook het personenvervoer een plaatsje in de bedrijvigheid.


De opstart.

Er bleek inderdaad werk genoeg voor drie en de taken werden verdeeld: Fons en Frans hielden zich hoofdzakelijk bezig met het herstellen van automobielen en Jan nam het personenvervoer voor zijn rekening.

Citroën bus

Door het opkomend toerisme werd er een autobus aangekocht (een Citroën) die, bij het uitbreken van WO II opgeëist werd door de Belgische staat. Na de bevrijding konden we een tweedehands autobus aanschaffen. Dit was een Leyland met een aparte solozit voor de chauffeur, die voorheen dienst deed als stadsbus in Londen. Dit was een echt probleemvoertuig. Deze werd dan later vervangen door een kleiner type, namelijk een Bianchi met 20 plaatsen. De bus werd verhuurd voor ééndagsreizen, uitstappen naar de Folies-bergère en IJsrevues of het Koninklijk cirkus te Brussel of Zesdaagsen te Antwerpen, Brussel en Gent, enz ingericht door plaatselijke spaarkassen in cafes en verenigingen of gemeentescholen.

Ook de plaatselijke voetbalploegen uit de omliggende gemeenten deden een beroep op Autocars Mertens.

Vanaf de jaren '50 werden deze oude bussen vervangen door twee nieuwe autocars Dodge die tot eind 1957 bleven deel uitmaken van de familiezaak. Dit Amerikaans automerk deed het in de jaren ’50 zeer goed qua verkoop en leveringen van personenwagens, bestelwagens en lichte vrachtwagens.

De bussen werden dan bestuurd door vader Jan en zijn neef Albert die wanneer het kalmer was met de reizen, meehielpen in de garage.

Ondanks verbouwingen aan de garage : eerst een smeerput op de Beigemsesteenweg tussen de garage en het café, en later in de Statiestraat, werd op de open ruimte die nog beschikbaar was, de herstelplaats vergroot, doch nog toch te klein bleek, zocht grootvader Fons een stelplaats om de autocars onder te brengen. Dat gebeurde in een vrije loods bij wasserij St Servaas..
En toeval of niet in 1953 kwam er een paar honderd meters verder op de Wolvertemsesteenweg een huis met aanpalende terreinen te koop om de gepaste loods op te richten die onze autocars onderdak konden bieden.
Zo gezegd, zo gedaan en Jan kocht het huis om er met zijn gezin te gaan wonen.
Eerst op zoek naar een loods voor de beschikbare oppervlakte die gevonden werd bij de firma Leemans in Machelen , een stalen konstruktie van 11 x 30 m voorzien van een golfplaten dak; deze werd aangekocht en heropgebouwd op de genivelleerde grond naast het huis op de Wolvertemsesteenweg. Er werden muren aangebouwd, een poort aangehangen en de stelplaats voor de bussen was klaar. De poort werd getekend en ontworpen door Jan Jacobs in zijn plaatselijke smidse op de Brusselsesteenweg, nu een financiele instelling.
Ook de oliemaatschappij Shell, waarmee de gebroeders Jan en Frans Mertens een kontrakt hadden afgesloten voor verkoop van brandstoffen en oliën , zag brood in de nieuwe vestiging.Er werd voor de nodige vergunningen gezorgd om op deze plaats in 1955 een benzinestation te bouwen.
Ondertussen draaide de garage Mertens op volle toeren op de Beigemsesteenweg, met voorspoed en tegenslagen, zoals een brand op 1 maart 1955 die heel wat schade aanrichtte in de werkplaats en één zwaargekwetste arbeider eiste, die gelukkiglijk, na zijn genezing terug aan het werk kon..In Het Nieuwsblad van 3 maart 1955 werd deze brand vermeld.
De jaren na de oorlog brachten veel werk mee. Omdat er geen nieuwe wagens te verkrijgen waren werden er oude en tweedehandsvoertuigen opgelapt. Legervoertuigen werden omgebouwd en aangepast voor allerlei beroepen zoals bieruitzetters, fruit- en ijsventers enz.
Deze transformaties gebeurden dankzij de hulp van plaatselijke ambachtslui zoals schrijnwerker- wagenmaker Jef Mertens (geen familie) van de Lagesteenweg die zorgde voor de aanpassing voor de nieuwe bestemming.
De afwerking met plaatwerk zoals spatborden, deuren en de rest van het koetswerk werd gedaan door buurman Jef Van den Bossche (Jef Taxi) uit de Statiestraat.
De mechanische en technische problemen van toen, zoals verbrande kleppen en uitgelopen drijfstangen, dienden we zelf met eigenhandig gemaakt gereedschap te herstellen.
Oudere wagens hadden geen vervangbare kussentjes in de drijfstangen, en daarom werden die dan in ons eigen smidsvuurtje opgegoten en voorzien van een antislijtlaag
Deze dienden dan vakkundig en met veel engelengeduld afgewerkt en aangepast te worden op de krukas. Dit gebeurde meestal al liggend op een plank onder de opgekrukte wagen. Smeerputten, hefbruggen en ander aangepast materieel was voor later.
Het waren de mooie jaren zonder stress . Afspraken over uit te voeren herstellingen werden gemaakt tussen pot en pint op een bierviltje in een van de omliggende herbergen. Wat een tijd. Komt ’t einde van de week is zien of de wagen klaar is. Maar bij dringende en uitzonderlijke gevallen werd er wel doorgewerkt en gedepanneerd, zelfs ’s nachts of met de weekend als het moest.
Trouwe klanten uit deze periode waren de firma’s Binst uit Humbeek, De Vuyst uit Grimbergen en vele plaatselijke handelaars die ’s avonds nog voor extra werk zorgden: Jules Meuleman en zonen, Jef Van den Bossche (Jefke Van Gielen), µJan Van den Houtte en schoonzoon (René van den Tipper) enz.
Met de wereldtentoonstelling voor de deur en de dumpingprijzen in het autocarwezen, stelde vader Fons voor om de bussen te verkopen en de familiezaak te verdelen onder zijn zonen Jan en Frans,die elk hun eigen garage konden uitbouwen.
Er waren ondertussen de kleinkinderen gekomen die ook in de zaak wilden meewerken.
En zo geschiedde: Frans baatte verder de zaak uit op de Beigemsesteeneg met zonen Robert en René, en Jan trok naar de Wolvertemsesteenweg om samen met zoon Rik de automekaniekersstiel verder te zetten.
De stijgende verkoop van nieuwe wagens, Citroën, Dodge, Volvo en nadien Fiat verplichtte de vestiging op de Beigemsesteenweg te vertrekken en uit te wijken naar een grotere lokatie, die gevonden werd te Wolvertem.
Dit gebeurde dan in 1973 waar in de Driesstraat een modern complex werd gebouwd en Frans met zijn zonen het automerk Fiat, tot vandaag verder bleef verdelen.


Het vervolg.

Van 1958 af werkten wij dan zelfstandig in onze garage op de Wolvertemsesteenweg met sedert 1955 ook de uitbating van het Shell benzinestation.
Aanvankelijk werd er eerst slechts één pomp geplaatst met gewone benzine, daarna kwam er door de evolutie en vraag naar brandstof met een hoger octaangehalte, een tweede pomp bij met superbenzine.



Daar de verkoop rendabel bleek werd er voor deze tijd een modern eilandje rond de benzinepompen gebouwd.
Er werd ook één dieselpomp en één dubbele pomp ( ene kant super en andere kant gewone benzine) geplaatst. Ook een losstaande handbediende pomp voor tweetaktmotoren ( vooraf gemengde benzine met olie ) werd er bijgeplaatst, bestemd voor bromfietsen en grasmaaiers.
 
Voor de werkplaats moesten wel nog vele nieuwe klanten aangetrokken worden, daar de meeste vroegere klanten uit gewoonte nog steeds naar de werkplaats op de Beigemsesteenweg reden.
Gelukkig was er in 1958 door het Expojaar veel extra werk voor onze takelwagen, die bij de verdeling aan ons was toegekend.
Door de grote volkstoeloop tijdens de Brusselse Expo ‘58, en door het drukke autoverkeer gebeurden er vele ongevallen op de autostrade op het grondgebied van Meise/Wolvertem.
De periode tussen april en oktober ’58 waren ongelooflijk druk; dag en nacht dienden we beschikbaar te zijn voor het ophalen van beschadigde wagens.


Voor onze werkplaats trachten we een automerk te vinden met betaalbare prijzen. We probeerden Isar van de Duitse constructeur Glas, die het met een beperkt gamma, echter toch niet kon waarmaken.

Na enkele maanden van vallen en opstaan, door de legerdienst van Rik en de gecompliceerde beenbreuk van vader Jan, konden we met volle moed de uitbating verder zetten door ons te binden met een hoofdverdeler van Opel.
Dit bleek een goeie beslissing. We kunnen tot vandaag, met grote voldoening en inzet dit merk vertegenwoordigen en verkopen.

Ook het inrichten van opendeurdagen en het deelnemen aan de plaatselijke handelsbeurzen brachten nieuwe klanten aan. Vooral de handelsbeurs tijdens de Grimbergse septemberkermis was een voltreffer.
Zo werkten vader Jan en zoon Rik samen aan de groei en bloei van de zaak.

In de tweede helft van de jaren zestig werden er grote verbouwingen uitgevoerd; vooraan kwam er een nieuwe inrit met een kleine toonzaal.

Achteraan de garage werd een magazijntje gebouwd.


In het jaar 1968 overleed onze grootvader en stichter Alfons Mertens op 87- jarige leeftijd.
Gelukkig namen we het jaar ervoor nog een familiefoto van vier geslachten Mertens met Fons, Jan, Rik en Dirk.

Begin jaren ‘ 70 begon vader Jan met zijn gezondheid te sukkelen en haakte hij af om van een welverdiend pensioen te genieten.
Enkele jaren later werd er in de garage een kantoor bijgebouwd en het grootste gedeelte van de privé tuin werd volgebouwd, als uitbreiding van de werkplaats.

Door de steeds hogere eisen van de autoconstructeurs dienden wij in de jaren’ 80 opnieuw een heleboel investeringen te doen: de klanten dienden over een wachtplaats en een klantvriendelijke receptie te beschikken. Daarvoor werd de kleine toonzaal omgebouwd tot een groter bureel met wachtruimte.
Voor het verwerken van de administratie werd in 1985 de eerste computer aangekocht om te kunnen voldoen aan de steeds hoger gestelde eisen van het moderne zakenleven.

Ondertussen was zoon Dirk, na zijn studies en legerdienst ook bij vader Rik in de garage komen werken.

Omdat de wetgeving op het milieu steeds strenger werd, werd de uitbating van het benzinestation stopgezet in 1991.

Vader Jan overleed in 1993 op 83- jarige leeftijd.



In het jaar 1997 stonden we terug voor grote verbouwingswerken en werd de huidige toonzaal gebouwd voor een zestal wagens met een aangepaste receptie en met nieuwe burelen en een ruimere parking achteraan.


In het jaar 2005 bestaat de Garage Mertens 75 jaar en gaat Rik, op 65- jarige leeftijd met pensioen.


Door de overname van Opel door PSA en de nieuwe verplichtingen zien we ons genoodzaakt om ons contract met Opel niet meer te verlengen. Vanaf mei 2020 gaan we verder als een onafhankelijke garage, voor alle merken en met specialiteit Opel.
Door de samenwerking met een distributeur kunnen we verschillende merken aanbieden. Nieuwe of bijna nieuwe (stock) wagens met minder dan 50 km op de teller. Voor het onderhoud en herstelling hiervan kan u natuurlijk ook bij ons terecht. 

Hopelijk kunnen we in 2030 het honderdjarig bestaan van de naam "Garage Mertens" vieren.